Kunstgras in het kort

Een kunstgrasveld omvat veel meer dan wat zichtbaar is. Kunstgrasvelden zijn verdeeld in verschillende lagen. De substructuur bestaat uit de drainage, de ondergrond, een sport-technische laag en een membraam van geotextiel. De zichtbare lagen zijn het grastapijt en de infill. Hieronder vindt u een korte beschrijving van elke component; met de schematische voorstelling aan de rechterkant kunt u ons volgen door de lagen.

Het wassende water 
De meeste sportvelden hebben een drainagesysteem. Dat systeem bestaat uit ondergrondse buizen waarmee het teveel aan water wordt afgevoerd zodra het grondwaterpeil stijgt. Dit voorkomt dat het oppervlak gaat drijven.

Een stevige basis 
Een stabiele en geschikte ondergrond is buitengewoon belangrijk voor de algehele kwaliteit van het veld en de verwachte levensduur ervan. De subbasis en het grondwerk kunnen tussen continenten, landen en zelfs regio's verschillen. In de meeste gevallen is het een poreuze, gedraineerde substructuur van steengruis of asfalt (behalve in een warm klimaat). Maar hoe de constructie ook is, een goed geplande grondlaag heeft een voldoende lastdragend vermogen om het speeloppervlak en de onderhoudsmachinerie te ondersteunen zonder vervormd te raken, en hoeft niet telkens opnieuw te worden geconstrueerd als het kunstgras zelf wordt vervangen.

De zogenaamde sport-technische laag 
Deze laag, tussen de grondlaag en het grastapijt, bepaalt in hoge mate de stabiliteit van het veld en is van invloed op het balgedrag en de bewegingen van de spelers. Een goede sport-technische laag voorkomt oneffenheden in het veld en daarmee blessures. In sommige landen wordt een mengeling van zand, lavastenen en/of rubber gebruikt. Velden met een 'harde basis' (andere basismaterialen dan zand) worden meestal aangelegd met een e-laag, elastisch rubber van 10-20 mm dik dat dezelfde functie heeft als een sport-technische laag.
Geotextiel: de stabilisator
Geotextiel is een materiaal dat wordt gebruikt op plaatsen die moeten worden gestabiliseerd, zoals kunstmatige dijken. Het worteldoek ligt tussen de grondlaag en de sport-technische laag om de backing van het tapijt te beschermen en de belasting gelijkmatig te spreiden, zodat de onderliggende lagen tijdens latere aanleg en sportactiviteiten niet vervormen.

Grastapijt. Eindelijk valt er iets te zien. 
Dit is het meest opvallende deel van een kunstgrasveld. Samen met de infill bepaalt het tapijt grotendeels de speeleigenschappen van het veld, zoals het rollen van de bal en de steun voor de voet. Kunstgrastapijt bestaat uit een backing en kunstgrasvezels. De vezels worden met een tuftmachine door de backing geponst (of getuft); de sprieten zijn meestal 50-70 mm lang. Het voltooide tapijt wordt in rollen aangeleverd, die tijdens de aanleg over de laag geotextiel worden uitgerold. De rollen worden aan elkaar gelijmd, genaaid of allebei, en bestrooid met infill. 

Infill-materiaal. 
Voor de meeste voetbalvelden van kunstgras wordt als infill een combinatie van zand en rubberkorrels gebruikt. Doorgaans wordt eerst 15 tot 25 mm zand verspreid, waarna een laag van 10 tot 20 mm rubberkorrels volgt. Het doel van de infill is om het tapijt omlaag te drukken en het zo op zijn plaats te houden, en om ervoor te zorgen dat de noppen grip hebben op het oppervlak. Dit helpt schade aan het grastapijt te voorkomen, evenals gewrichtsblessures bij de spelers. De combinatie van grastapijt en infill bepaalt grotendeels hoe comfortabel het veld is om op te spelen. Het is van invloed op de grip, het balgedrag en diverse andere eigenschappen, zoals schokabsorptie en energierestitutie.

TenCate Grass EMEA - Process